Zorgwekkende daling aantal Nederlandse scholen wereldwijd

afbeelding van Administrator
Administrator

Sinds de bezuinigingsmaatregelen in 2014 en de geleidelijke afbouw van aanvullende subsidies voor Nederlandse leerlingen in het buitenland, heeft een toenemend aantal Nederlandse scholen in het buitenland haar deuren gesloten. Dit blijkt uit een rapport van de Onderwijsinspectie naar de gevolgen van het nieuwe budgettaire kader voor Nederlands onderwijs wereldwijd.

Het rapport komt voort uit Nederlands-Vlaamse afspraken op het gebied van Nederlands onderwijs in het buitenland, het zogeheten Damesakkoord uit 2016. De resultaten bevestigen de eerder geuite zorg van onder meer Stichting NOB dat de bezuinigingsmaatregelen zouden leiden tot meer schoolsluitingen en een afnemende toegankelijkheid van Nederlands onderwijs wereldwijd. De mogelijkheden voor een goede aansluiting op het Nederlands onderwijs bij terugkeer uit het buitenland worden hierdoor beperkt. Het rapport maakt daarnaast ook een aantal andere nadelige effecten van de bezuinigingen zichtbaar, voornamelijk bij scholen die naschools onderwijs in de Nederlandse Taal en Cultuur (NTC) aanbieden.

Belangrijke bron van inkomsten

Voor een aanzienlijk deel van deze NTC-scholen vormde de jaarlijkse aanvullende overheidsbijdrage per leerling een belangrijke bron van inkomsten. Om het wegvallen van de bijdrage te compenseren verhoogde een groot deel van de scholen de vaak al niet geringe ouderbijdrage. Bij een aanzienlijk deel van de NTC-scholen treden hierdoor additionele nadelige effecten op naar aanleiding van de bezuinigingsmaatregelen.

Meer sluitingen, minder nieuwe scholen 

In het rapport van de Onderwijsinspectie blijkt dat er sinds 2014 een toenemend aantal scholen haar deuren heeft gesloten, terwijl er steeds minder nieuwe scholen starten. Ook heeft de verhoging van de ouderbijdrage een nadelig effect op het aantal leerlingen, want een deel van de ouders kiest nu niet meer voor NTC-onderwijs.

Verborgen effecten 

Uit het rapport van de Onderwijsinspectie komen ook een aantal verborgen effecten van de bezuinigingen naar voren. Het rapport geeft aan dat de kwaliteit van het NTC-onderwijs nog niet afgenomen is, maar dat dit op termijn wel het gevolg kan zijn van de maatregelen die scholen nu nemen. Denk hierbij aan grotere en meer gedifferentieerde groepen, beperktere aanschaf van leer- en toets-middelen en vermindering van de scholingsactiviteiten. Dit vergroot de kans dat onderwijs niet aan de Nederlandse kwaliteitseisen zal voldoen, wat de aansluiting van duizenden kinderen op regulier Nederlands onderwijs bij terugkeer uit het buitenland verder bemoeilijkt.

Zorgwekkend

Directeur-bestuurder van Stichting NOB Karen Peters vindt de resultaten van het rapport zorgwekkend: “Wij zien dat vrijwel alle Nederlandse scholen wereldwijd zich de afgelopen jaren enorm hebben ingespannen om het wegvallen van de leerlingbijdrage op creatieve en ondernemende manieren op te vangen, mét behoud van de kwaliteit van het onderwijs. Het rapport toont echter onomstotelijk aan dat de rek er bij een toenemend aantal NTC-scholen uit is. Hoewel de afname van het aantal scholen niet helemaal als een verrassing komt, is het totale beeld zeer verontrustend. De kracht van het Nederlandse model voor wereldwijd goed moedertaalonderwijs is het diverse netwerk; van grote tot kleine scholen in zeer uiteenlopende internationale contexten. De aanvullende subsidie vormde een belangrijk fundament voor de scholen om conjunctuurschommelingen het hoofd te kunnen bieden, vooral in opkomende en daardoor kwetsbare economieën. Door het wegvallen van dit fundament zien we een deel van het netwerk afbrokkelen. En dat wat we nu kwijtraken, bouwen we niet zomaar weer op.” Peters hoopt dat het nieuw te vormen kabinet het belang van goed Nederlands onderwijs in het buitenland inziet. “Het rapport toont aan dat financiële ondersteuning van het Nederlands onderwijs wereldwijd essentieel is. De bij ons aangesloten scholen zijn van groot belang voor het wereldwijde Nederlandse en Vlaamse netwerk en dragen zorg voor een goede aansluiting op het Nederlands onderwijs voor de ruim 14.000 wereldburgers met Nederlandse en Vlaamse roots in het buitenland, die wereldwijd als jonge ambassadeurs fungeren en waarvan 40% binnen vijf jaar terugkeert naar Nederland of België.”

Subsidie per leerling

Tot 2014 ontvingen Nederlandse scholen in het buitenland voor elke leerling een jaarlijkse aanvullende subsidie vanuit de Nederlandse overheid. Hierbij gaat het zowel om Nederlandse dagscholen waar volledig Nederlands onderwijs wordt gegeven als om Nederlandse Taal en Cultuurscholen (NTC-onderwijs), waar kinderen een aantal uur per week lessen in de Nederlandse taal en cultuur volgen in aanvulling op hun lokale of internationale school. In 2013 werd door het kabinet besloten om de aanvullende subsidie per 1 januari 2017 volledig stop te zetten. Als overgangsregeling ontvingen de scholen van 2014 tot en met 2016 jaarlijks ongeveer de helft van de eerdere bijdrage. In 2016 sloten de Ministers van onderwijs van Nederland en Vlaanderen het zogenaamde Damesakkoord, waardoor jaarlijks 330.000 euro extra ter beschikking gesteld is voor de versterking van de kwaliteit van het onderwijs wereldwijd.

Bron: Stichting NOB