Elodie Friedrich

Een blik van binnenuit

afbeelding van Josine Buggenhout
Josine Buggenhout

Tel Aviv, het internationaal bruisende en jonge hart van Israël. New York aan de Middellandse Zee. Een stad die synoniem staat voor hectiek, dynamiek en innovatie, volgens Elodie Friedrich (32), een jonge vrouw die anderhalf jaar geleden met twee koffers in de hand emigreerde naar deze niet vanzelfsprekende bestemming. Leven in de extravagante, excentrieke en cultureel rijke stad doet haar leven in het moment. Een levensles die Elodie tegen wil en dank heeft geleerd, en nu als leuze koestert.

“Ik wilde altijd al naar het buitenland. Daarom heb ik na mijn middelbare school aan het Koninklijk Lyceum Antwerpen in 2004 een jaar vrijaf genomen om de beslissing waarheen ik dan wel wilde voldoende onderbouwd te kunnen maken.” Elodie trok eerst vijf maanden naar een kibboets, een collectieve leefgemeenschap in Israël, met het oog op Hebreeuws te leren. “Mijn ouders zijn Joods maar niet religieus. Buiten het vieren van de belangrijkste feestdagen hebben we de joodse religie nooit beoefend. Maar door mijn afkomst voelde ik me wel anders en de Joodse cultuur intrigeerde me enorm, vandaar mijn wens om de taal te leren.” De internationale samenstelling van de medebewoners in de kibboets gooide echter roet in het eten. “Tijdens die vijf maanden heb ik vooral mijn Engels bijgeschaafd”, lacht Elodie die na anderhalf jaar in Tel Aviv nog steeds regelmatig Hebreeuwse lessen volgt.

Eerste stop: Canada

Na dat jaar zoeken besluit Elodie haar studies in Montréal verder te zetten. Ze studeert er Human Relations en volgt later een bijkomende opleiding in natuurlijke voedingsleer. Uiteindelijk zal ze twaalf jaar in Canada blijven. “Montréal is helemaal anders dan Tel Aviv. Canada is uitgestrekt en rustig. Israël is klein en intens. Canada is op economisch en politiek vlak stabiel, wat het een ideaal land maakt om je te ontwikkelen. Ik heb er gewerkt binnen educatie en als voedings- en lifestyleconsulente, werkervaringen waarop ik in mijn job nu – waarin ik werk met autistische kinderen – nog steeds terugval.”

“Mijn trek naar Tel Aviv was een redding. Er is iets dat me aan deze omgeving bindt. Het is voor mij echt het thuisland. De Aliyah, of letterlijk het ‘opstijgen’, is het recht dat elk Joods persoon heeft om terug te keren naar het thuisland. Mijn immigratie was op een paar maanden rond, want er is veel steun op verschillende vlakken. Zo mag je bijvoorbeeld aan Ulpan-programma’s een basiscursus Hebreeuwse les volgen. Het gevoel van samenhorigheid, ondanks de diversiteit onder de bevolking, waarvan 80% Joods is, gelovigen en niet-gelovigen bij elkaar, met uiteenlopende ideologieën, is erg speciaal.”

Volgende stop: Tel Aviv

“Ik was gesetteld in Montréal, maar op een bepaald moment groeide de nood aan verandering. Ik heb nog nooit zo’n enge beslissing genomen als toen. Je laat alles achter en moet opnieuw beginnen. Ook al krijg je hulp van buitenaf, toch is een thuis creëren iets dat alleen jij kan doen. Die ‘vlucht’ naar Tel Aviv bracht me een grote levensles bij: je kan wel plannen maken, maar niets weerhoudt het leven om een totaal andere wending te nemen. In Tel Aviv heb ik geleerd van dag tot dag te leven en de lichtheid van het bestaan te omarmen.”

Tel Aviv bewijst zich als dynamische en internationale stad, waar alles erg spontaan en impulsief gebeurt op alle niveaus. “De stad is hip en trendy, er hangt een open-minded sfeer – haar Gay Pride Parade is wereldberoemd en ze wordt niet voor niets omschreven als een hotspot voor holebi’s – er is plek voor iedereen.” De reden waarom mensen opteren voor leven in het moment boven al te ver in de toekomst denken, kan verklaard worden door de instabiliteit van het land. “Er hangt een constante dreiging over Israël. Dat maakt dat mensen het leven hier intens beleven. De mentaliteit van de inwoners van Tel Aviv is heel anders dan in België. De lokale bevolking is harder en ongeduldig. Elke dag is een survival of the fittest waar je voor jezelf moet opkomen.” De stad wordt geleefd door jonge mensen, veelal singles, en er zijn innovatieve start-ups op elke hoek. “Hoewel het leven erg duur is, iedereen hard werkt en de lonen laag liggen, barst de stad van de levenslust. De terrasjes, restaurants en bars zitten heel het jaar door overvol. Uit eten gaan en culinair genot is immens belangrijk en mensen gaan uit tot in de vroege uurtjes, ook al moeten ze de volgende ochtend werken. Ze genieten van elk moment. Het nachtleven is wereldwijd bekend. De stad hangt aaneen van musea. Er zijn festivals, concerten en een overvloed aan activiteiten op elke dag van de week. Er is altijd leven op straat.”

Israëli’s omschrijven zichzelf als ‘sabra’, of cactuspeer, een stuk fruit dat de nationale identiteit het beste weergeeft: met naalden en een harde schil aan de buitenkant, maar zoet en zacht aan de binnenkant. “Ik heb gemerkt dat de lokale bevolking ondanks hun arrogantie, zeer betrouwbaar en efficiënt is. Gebeurt er hier bijvoorbeeld een ongeval, dan zullen mensen direct helpen. In België wacht men vaak af om te zien wat de rest doet. Ze kennen geen beleefdheid, maar vriendschappen zijn des te betekenisvoller. Het is hier opwindend, elke dag. Mensen profiteren enorm van het leven. En daar had ik nood aan.”

Rust op tijd en stond

Maar in de week van hectiek bevindt zich telkens een rustpunt: de sjabbat op zaterdag. “De week begint op zondag. Op woensdag voel je al dat het weekend eraan komt en op donderdagavond is het feest. Op vrijdagmorgen doet men inkopen en ‘s avonds deelt iedereen het avondmaal met familie of vrienden. Het weekend telt anderhalve dag, vrijdagnamiddag plus zaterdag, waarop men rust en naar het strand trekt. De meeste winkels en restaurants zijn dicht, het openbaar vervoer rijdt niet en het tempo van de stad neemt af. De hele natie vertraagt op de sjabbat. En dat heb ik wel nodig, zonder zou Tel Aviv mij te chaotisch zijn.”

Niet het lawaai van het razende verkeer of de wirwar aan talen in de internationale stadskern, maar wel het getok dat hoort bij matkot, een racket- en balspel en Israëls nationale strandsport, is voor Elodie het geluid van Tel Aviv. “Als je naar het strand gaat, wat hier naast uit eten gaan een van de belangrijkste vrijetijdsbestedingen is, dan hoor je overal de ‘pok’ van het balletje op de houten racketjes. In Jaffa, een half Arabisch en half Joods havendistrict in Tel Aviv waar ik woon, liggen zee en strand op welgeteld vijf minuten wandelafstand. Telkens wanneer de sjabbat het land doet rusten, overvalt een gelukzalig gevoel me en dan ga ik naar zee waar je over de horizon kan uitstaren. Dat bewaart het evenwicht en maakt de intensiteit van het leven in de stad houdbaar.”

Imago

Israël, en haar militaire macht(svertoon), heeft een slecht imago in het buitenland. Zelf beleeft Elodie dat aspect van haar thuisland anders. “Ik kan het menselijke facet niet wegdenken. Elke Israëli moet op achttien naar het leger. De legerdienst is deel van het leven. Voor jongens gaat het om drie jaar, voor meisjes om twee. De soldaten zijn kinderen, broers en zussen, zonen en dochters van iedereen. Die ervaring in het leger maakt hen tot de ruwe, sterke, harde maar ook verantwoordelijke en efficiënte ‘sabra’ Israëli. In de media worden soldaten onpersoonlijk weergegeven, maar wanneer er hier op het nieuws gemeld wordt dat een soldaat het leven liet, dan rouwt de hele gemeenschap. Het gaat namelijk om de dood van ieders kind. En die kinderen torsen een onmetelijke last op hun schouders: zij dragen de verantwoordelijkheid om het kleine land te beschermen tegen dreigingen van binnen- en buitenaf. Terwijl het jongvolwassenen zijn die een gewoon leven willen leiden. Maar dat is ook opnieuw een reden waarom men hier zo in het moment leeft, ondanks en net ten gevolge van de dagelijkse dreiging die boven het land hangt. De hele bevolking kan op elk moment opgeroepen worden om in het leger te dienen bij uitbraak van een oorlog. Het is een surreëel gevoel om daar deel van uit te maken. Maar hoe dan ook, op dit moment zou ik nergens anders willen zijn.”