Dries in Denemarken

Een gevecht zonder einde

Enkele jaren geleden verhuisden Dries en zijn gezin vol goede hoop naar Denemarken. Door een werkongeval veranderde zijn buitenlandse droom in een nachtmerrie. Zoals Don Quichot vecht tegen windmolens, vecht Dries tegen het Deense systeem. Hij is op zoek naar rechtvaardigheid en waardigheid. Gedwongen leeft hij van dag tot dag. Ondanks alles houdt hij vast aan zijn geloof in een betere toekomst.

“Toen ik een tijdje werkloos was in België, las ik op de site van de VDAB dat er in Denemarken nood was aan seizoenarbeiders. Ondanks dat ik het land niet kende en de taal niet sprak, besloot ik om mijn hart te volgen en de sprong te wagen. Ik ging in de koude wintermaanden, van oktober tot december, kerstbomen rooien en knippen. Na elk seizoen keerde ik terug naar België. Dat klinkt misschien idyllisch, maar dat was het niet. Het was vooral een harde job. Gelukkig werd ik als buitenlander wel tamelijk goed betaald.” Na het vierde jaar kreeg Dries de kans om in Denemarken te blijven. Buiten de wintermaanden was er immers ook nood aan arbeiders om kerstbomen te planten en te verzorgen. Dries besliste om definitief te verhuizen.

Van Gent naar het Deense platteland

​​“Ik woonde destijds met mijn vriendin en twee kinderen in Gent. Mijn vriendin, die zwanger was van ons derde kind, was niet onmiddellijk enthousiast om naar Denemarken te verhuizen. Het kostte me bloed, zweet en tranen om haar te overtuigen. Maar uiteindelijk zwichtte ze. We verkochten ons huis in Gent en kochten een huis op het Deense platteland. Aangezien ik als seizoenarbeider altijd Engels sprak, was ik het Deens nog steeds niet machtig. Dat bemoeilijkte de emigratie enigszins. Uiteraard begon ik wel snel met Deens te leren. Dat is een absolute noodzaak om je zo snel mogelijk aan te passen aan het leven, de cultuur en de mentaliteit.” Dries en zijn gezin settelden zich op het eiland Funen in centraal Denemarken. Ondanks de nodige stress en onzekerheid zag de toekomst er rooskleurig uit.

Werkongeval

​Na de financiële crisis in 2008 verloor Dries zijn job. Gelukkig kon hij relatief snel opnieuw aan het werk als loodgieter. Maar toen liep het mis. Op wat een normale werkdag zou moeten geweest zijn, ramde een machine het hoofd van Dries. Het noodlottig ongeval was het begin van een harde strijd. “Ik liep door het accident een blijvend hoofdtrauma op. Dat vernam ik pas drie jaar later, toen ik mijn medisch  en gemeentelijk dossier eindelijk te zien kreeg. Die onzichtbare handicap verklaarde mijn relatie- en gezondheidsproblemen die volgden op het voorval. Mijn leven begon sinds het ongeval geleidelijk aan in te storten. Mijn vriendin en ik gingen door de omstandigheden uit elkaar. Ze woont nu nog steeds in Denemarken, samen met onze kinderen. Ze heeft ondertussen ook een Deen leren kennen en samen hebben ze nog een kindje. We hebben nog een goed contact en ik zie mijn kinderen om de twee weken. De kinderen hebben het goed, dat maakt me gelukkig.”

Financieel moeilijk

“Ik kreeg een kleine schadevergoeding voor mijn blijvend letsel, maar een volwaardige werkloosheidsuitkering bleef onterecht uit. Daardoor kwam ik natuurlijk in een penibele financiële situatie te zitten. Het Deense Hof van Beroep beweerde dat mijn verslechterde gezondheidstoestand niet gerelateerd was met mijn werkongeval. Ik besloot een advocaat onder de arm te nemen en de strijd aan te gaan met het Deense Hof. Die gerechtelijke procedure sleepte jaren aan. Daardoor werd het nog moeilijker: ik leefde 2,5 jaar zonder elektriciteit, ik at uit vuilnisbakken, ik verplaatste me enkel met de fiets,… Tijdens die moeilijke periode leerde ik mezelf kennen. Ik bleek heel koppig te zijn, waardoor ik bleef volharden. Maar na vijf jaar verloor ik toch de juridische strijd voor een volwaardige uitkering.”

Gebonden aan handen en voeten

“Er heerst een groot gevoel van machteloosheid in mijn leven. Mijn lot ligt volledig in handen van de Deense gemeente. Ik heb het geluk dat ik mijn huis nog heb. Ik heb er ook alles aan gedaan om dat te kunnen behouden, want daardoor kan ik ook mijn kinderen nog zien. Dat vind ik enorm belangrijk, want door hen houd ik de moed erin.” Na een jarenlange periode zonder zicht op werk, kreeg Dries na een oefenperiode van zes maanden toch de toestemming om te werken. Al is dat maar een heel klein lichtpuntje in de duisternis. “Ik mag nu maximum tien uur per week werken. Dat is zo vastgelegd door de gemeente. Voor elke verandering moet mijn situatie helemaal opnieuw bekeken worden. Een heel frustrerende situatie. Ik ben aan handen en voeten gebonden.”

De toekomst

“Er is tien jaar gepasseerd sinds het werkongeval. De moeilijkste periode ligt ondertussen achter mij. Ik kan ondanks alles opnieuw positief zijn. Dat kon ik lange tijd niet. Uiteraard heb ik gedacht aan een terugkeer naar België, maar dan zou ik mijn kinderen achterlaten. Dat kan ik niet. Ik blijf hier. Mijn tijd in Denemarken is een levende hel geweest, maar ik probeer er nu beetje bij beetje opnieuw een hemel van te maken. Ik geniet van de kleine dingen in het leven. Ik leef van dag tot dag en ik hoop op een dag te kunnen zeggen dat ik onafhankelijk van het systeem leef. Al heb ik nog steeds geen idee hoe ik dat kan bereiken. Ik koester de hoop dat het op een dag allemaal goed komt.”