Erven

Erven: nieuwe regels in België en Europa? (deel 1)

afbeelding van Administrator
Administrator

In België werd er al meerdere jaren naar gestreefd om het Erfrecht aan te passen, een wetgeving die al zeer oud was. Deze aanpassing is er nu eindelijk gekomen. We zetten deze nieuwigheden op een rij. In onze volgende nieuwsbrief van juni leest u het vervolg.

Een “kleinere” reserve voor de kinderen?

Vroeger

​In België is het zo dat er bepaalde erfgenamen zijn die niet onterfd kunnen worden. Dit zijn bijvoorbeeld de kinderen.  Is er 1 kind dan bedraagt de reserve van dit kind ½ van de nalatenschap. Zijn er 2 kinderen, dan hebben zij recht op 2/3 van de nalatenschap. Bij 3 of meer kinderen erven zij ¾ van de nalatenschap. Deze 2/3 of ¾ worden dan door de kinderen verdeeld naargelang hun aantal.

Nu

Het reservegedeelte dat van de nalatenschap voorbehouden is voor de kinderen, bedraagt nu nog slechts de helft van de nalatenschap, ongeacht hoeveel kinderen er zijn.

Dit betekent dat indien er bijvoorbeeld 3 kinderen zijn, zij elk recht zullen hebben op 1/6 van de nalatenschap. Zij moeten dus voortaan deze helft onder elkaar verdelen.

Geen reserve meer voor ouders!

Vroeger

​Ouders van een overledene kunnen aanspraak maken op een deel van de erfenis (een “reserve” dus), nl. elk ¼ van de nalatenschap. De ouders hebben echter alleen maar aanspraak op hun reserve indien hun kind overlijdt zonder zelf kinderen na te laten.

Nu

Deze reserve voor de ouders wordt door de vernieuwde wet afgeschaft.

De  “inkorting” en “inbreng” in waarde

 “Inbreng” betekent dat de erfgenaam al wat hij reeds eerder van de erflater (de overledene) heeft gekregen bij schenking of testament, terug in de nalatenschap moet inbrengen. Deze inbreng berust op een gevoel van gelijke verdeling tussen alle erfgenamen. De wetgever wenst dat alle erfgenamen een gelijk deel krijgen uit de nalatenschap van de overledene.

Bijvoorbeeld: Jan heeft 2 kinderen en een nalatenschap van €12.000. Het ene kind had eerder al €5.000 ontvangen. Indien men nu de nalatenschap van €12.000 in twee verdeelt dan heeft elk kind recht op €6.000, maar het ene kind heeft al €5.000 ontvangen. Dit heeft de wetgever willen wegwerken zodat dit concreet betekent dat er fictief €5.000 bij de nalatenschap wordt bijgevoegd (€17.000). Elk kind heeft dan recht op €8.500. Het ene kind ontving al €5.000 en heeft nu dus nog recht op €3.500. Het andere kind krijgt de resterende €8.500.

Vroeger

Het probleem dat zich hier voordeed, zat hem in het feit dat een inbreng in natura moest gebeuren.

Bijvoorbeeld: Jan heeft 2 kinderen en schenkt aan één van hen een woning. Later blijkt dat deze schenking ervoor gezorgd heeft dat de reserve van het andere kind aangetast is en er moet overgegaan worden tot het inbrengen van de geschonken woning. Deze woning wordt dan bijgevoegd in de massa van de goederen die onder de kinderen moeten verdeeld worden. Het kind dat deze woning kreeg, moest dat onder de oude regels doen in natura, dus hij moest de woning zelf terug inbrengen.

Nu

Omdat een dergelijke toestand tot heel wat problemen aanleiding kon geven (het kind dat de woning kreeg was eigenlijk nooit zeker ze te mogen behouden), heeft de wetgever ingegrepen. Nu stelt de nieuwe wetgeving dat in zo’n omstandigheden de inbreng in waarde mag gebeuren. Dit houdt in dat de waarde van de woning zal bepaald wordt en dat dit bedrag dan in de fictieve massa wordt gebracht om na te gaan of de reserve werd aangetast. Dit biedt dus een zekerheid dat het kind dat de woning kreeg ze mag behouden. 

 

Opgepast:

ook wat betreft de datum voor de waardebepaling van zowel roerende als onroerende geschonken goederen, was er een probleem. Werd er bijvoorbeeld een som geld geschonken, dan werd hiervoor de waarde bepaald op de dag van de schenking. Bij het schenken van een onroerend goed (bijvoorbeeld een woning), werd de waarde hiervan bepaald op de dag van het overlijden van de schenker. Deze twee verschillende data konden in de praktijk voor heel wat verschil zorgen en daarom werd ook dit aangepast.

Sinds de nieuwe wet gebeurt de waardebepaling op de dag van de schenking en wordt dit bedrag geïndexeerd tot op de dag van het overlijden van de schenker.