Sofia Vandaele

Hotelmanager van New York tot Parijs

Ondernemend, onafhankelijk en ongelooflijk inspirerend, dat is de West-Vlaamse Sofia Vandaele (42). Dertien jaar werkt ze al in het buitenland en plannen om terug te keren heeft ze nog niet. Haar carrière in de internationale hotellerie kreeg een duwtje in de rug toen ze een hotel van 54 verdiepingen in New York ging leiden tijdens de opbouw. Onlangs kreeg ze een renovatie-uitdaging onder haar vleugels, dit keer dichter bij huis, als General Manager van Hilton Paris Opera. Ze bouwde het oude Concorde Saint-Lazare om van ruïne tot luxehotel in hartje Parijs.

Sofia groeide praktisch op in de keuken. Haar ouders baatten een eigen horecazaak uit in Roeselare-Beveren en gastvrijheid werd haar met de paplepel ingegeven. ‘Bourgondische hospitaliteit’ noemt ze het zelf. Dat ze de internationale weg op zou gaan, had ze tijdens haar hotelopleiding al door. Ze startte haar loopbaan in Brussel en vond al snel haar weg naar Londen, New York en nu Parijs. “Dat zijn drie topsteden in de hotelwereld, daar ben ik natuurlijk blij mee, maar het heeft niets met locatieshoppen te maken. Ik heb heel logische stappen gemaakt in mijn carrière, ben stapsgewijs gegroeid en heb de kansen die ik kreeg met beide handen gegrepen.”

Je bouwde zo op sneltempo een internationale carrière uit, een droom die werkelijkheid werd?

Zeker, de beslissing om internationaal te gaan was snel genomen. Starten in Brussel en dan zien waar ik zou belanden, dat was mijn plan. De internationale jobmarkt in de hotelsector biedt vele mogelijkheden, maar zoals in elke sector moet je wel de kansen zelf creëren. Als dat iets is wat je ambieert, dan moet je je hart volgen en de uitdaging aangaan. Dat heb ik gedaan.

Internationaal gaan is dus een heel bewuste keuze geweest, wat spreekt je er zo in aan?

Ik geniet van de energie die de ervaring me geeft. De professionele uitdaging wordt dubbel zo groot wanneer je een culturele aanpassing moet ondergaan. Ook al steek je maar een landsgrens over, de verschillen kunnen zeer groot zijn. Ik had zelf de stap van de Angelsaksische omgeving naar Frankrijk wat onderschat. De andere cultuur en werkethiek, daar moest ik persoonlijk en als teamleider even aan wennen. Even dacht ik dat ik mijn ‘touch’ als leidinggevende verloren was, maar ik moest gewoon even aanpassen. Internationaal werken is een droom, maar die droom heeft natuurlijk ups en downs.

Je werkte zes jaar in New York, waarom viel de beslissing om naar Parijs te vertrekken?

De eigenaars van het hotel waar ik in New York voor werkte, kochten het Concorde Saint-Lazare in Parijs op. Een prachtig gebouw met 126 jaar geschiedenis, maar het moest grondig onder handen genomen worden. Ik denk dat ze vertrouwen in mij hadden, misschien omdat ik al een constructie achter de rug had in New York. Twee weken na de officiële aankoop van het hotel vertrok ik naar Parijs. Ik had met enkele collega’s gepraat over hun ervaring in Parijs, maar me er echt op voorbereiden was moeilijk. Elke persoon ervaart een locatie anders. De verandering bleek een grote uitdaging. Af en toe trok ik me de haren uit het hoofd, maar ik heb mezelf aangepast en een weg gevonden. De extra portie positivisme die ik uit New York meenam, kwam daarbij van pas.

De renovatie van het hotel is nu achter de rug, een bijzondere ervaring?

Zeker, ik had al wel aan een constructie meegewerkt in New York. Dat was bij het hotel W New York-Downtown, met maar liefst 54 verdiepingen. Maar dit keer was anders. Het hotel in Parijs bleef gewoon open terwijl we er bij wijze van spreken met de grote hamer door gingen. Je vraagt je af hoe snel je 50 miljoen dollar kan spenderen? Wel ja, op een jaar en drie maand was het ‘gebakken’. Een heel intens project dus, waarbij een goede planning cruciaal was. Delen van het hotel zijn immers beschermd patrimonium, daar moesten we heel omzichtig mee omgaan.

Het resultaat mag er zeker zijn, de grandeur van het gebouw komt weer tot zijn recht. Welke taken vervul je nu bij Hilton Paris Opéra?

Nogal wat en heel uiteenlopende taken. Ik had vandaag een ‘schaduwdag’ met twee stagiairs, zij zetten grote ogen op toen ze mijn agenda zagen. Enerzijds geef ik leiding aan het personeel. Anderzijds verzorg ik de ervaring van de gasten, van wat er op het menu staat tot de openingsuren van de bar. Een derde belangrijk deel van mijn werk is de communicatie met de investeerders. Daarvoor bekijk ik wat de werking oplevert en zorg ik voor een optimale ervaring van de gasten, terwijl ik de uitgaven in het oog houd.

Het team dat je leidt is divers en internationaal, hoe pak jij dat aan?

Het belangrijkste hierbij vind ik respect. Je kan niet alle culturen kennen en er een opinie over hebben. Daarom moet je alle situaties met respect behandelen. Dit is ook voor mij een leerschool. Het is zeker interessant, zo’n mengelmoes van culturen. Bij ons werken veel Franse werknemers met professionele ervaringen in het buitenland. En Vlamingen! Een Vlaams horecamagazine interviewde me omdat ik zo veel Vlamingen tewerkstel. Het zijn natuurlijk harde werkers.

Je woont nu twee jaar in Parijs, is het een andere beleving dan de Engelstalige wereld waarin je de jaren ervoor vertoefde?

Ja! Maal honderd. De Angelsaksische werkomgeving ligt mij heel goed. En die is gewoon anders dan de Latijns-getinte aanpak. Ik mis hier de energieke ‘go get it’-aanpak die ik in Londen en New York ervoer. Een hele uitdaging om die aanpassing te maken. Maar ook in New York heb ik een weg moeten zoeken om balans in mijn leven te krijgen. De ervaring in Parijs is niet beter of slechter, gewoon anders.

In Parijs wonen geeft je wel de kans om vaker naar België te komen.

Klopt, onlangs was ik er nog voor een reünie. Ik merk dat wanneer je internationaal gaat werken, de relaties die er echt toe doen wel blijven. En vaak zelfs sterker zijn. In New York legde ik heel intense vriendschappen, net door de afstand met het thuisfront. Met hen heb ik nog een goed contact, ik ga hen voor Thanksgiving bezoeken en samen reizen. In Parijs wonen veel meer Vlamingen dan in New York, maar hun band met Vlaanderen is veel nauwer. Dat maakt dat ze minder op elkaar aangewezen zijn, dat is toch mijn ervaring.

Je bent West-Vlaamse, is dat iets wat je meedraagt?

‘Da’s just’, in hart en ziel. Nog altijd. Daarnaast voel ik me ook Vlaams en Europees en heb ik een green card… Maar op dit moment is Parijs mijn thuis. Daar wil ik nu eindelijk van profiteren. Ik heb hier twee jaar hard gewerkt, mijn eerstvolgende uitdaging is genieten van het feit dat ik in een van de mooiste steden van de wereld woon.