Nele Mariën

Identiteitscrisis in Bolivia

Koen Van der Schaeghe

We lezen veel mooie verhalen, maar rozengeur en maneschijn is het niet altijd. Vertrekken en weer terugkeren kan heel diepe sporen nalaten in het leven. Op een zeker moment was Nele fier dat men haar een Boliviaanse noemde. Maar de weerslag kwam. “Ik wist zelfs niet wat ‘trouw aan mezelf zijn’ betekende, alles moest gewoon opnieuw ontdekt worden.” Een eerlijk gesprek over enthousiast vertrekken en het moeilijke terugkeertraject.

Nele Mariën heeft er even over gedaan, om te beseffen wie ze is en wat ze wil. Na vijftien jaar La Paz, Bolivia zoekt ze haar plaats in de samenleving. Bewust beleeft ze vandaag een nieuwe identiteit in België. Eind jaren ’90 studeerde ze Politieke Wetenschappen in Leuven. Ze was actief binnen de internationale studentenbeweging en leefde er met en tussen de Latijns-Amerikaanse studenten. Het was te verwachten dat de liefde zich internationaal zou uiten. En zo gebeurde. “Ik viel voor een Boliviaan. Onze studies liepen zowat gelijktijdig af. Het was vanzelfsprekend dat hij terug ging. Hij was naar België gekomen om nadien zijn land te helpen. En ik ben meegegaan.”

Echte Boliviaanse

“Begin 2000 vertrok ik naar Bolivia, waar ik eerst nog een opleiding ontwikkelingseconomie volgde. Een manier van inburgeren was het ook. Niet zozeer naïef, maar wel kritiekloos zette ik de stap. Ik wilde graag mijn ‘interculturele leven’ op andere manier voortzetten. En ik was iemand die zich goed kon aanpassen. Wat ik niet besefte was dat dit geen interculturele dialoog zou worden, maar totale assimilatie. Bolivia kent een heel machistische cultuur, wat ik aanvankelijk amper merkte. Ik heb veel geslikt en laten gebeuren en paste me aan aan de maatschappij. Toen ik als echte Boliviaanse getypeerd werd, was ik trots. Later kwam ik daar op terug. Ik wou geen Boliviaanse zijn. In 2002 werd de eerste van onze drie dochters geboren. Maar gaandeweg voelde ik me opgesloten in mijn relatie. Er een punt achter zetten bleek niet vanzelfsprekend in Bolivia, zeker niet als vrouw. Het huwelijk is er de hoeksteen van de maatschappij, en een vrouw kan haar man niet verlaten. Mijn ex maakte duidelijk dat hij de kinderen sowieso niet zou loslaten.”

“Enkele weken voor de geboorte van mijn jongste dochter ontdekte ik dat mijn partner een andere vriendin had. Het was natuurlijk de gelegenheid om hem te verlaten. Zelfs dan werd dit niet vanzelfsprekend gevonden dat ik niet bij hem wou blijven. Bovendien wou ik mijn kinderen opvoeden volgens mijn waarden en besefte dat met hem erbij, dit niet zou lukken. En zo kwam ik alleen te staan in een maatschappij die de mijne niet was. Toevallig verloor ik op hetzelfde moment mijn job. Ik viel in een zwart gat. Maar zelfs op dat moment vroeg niemand wat ik wou.  Het is heel tekenend voor de maatschappij: de man leidt en de vrouw ondergaat. Ik dacht toen al over vertrekken, maar vond er de kracht niet voor.”

Ik voelde me als een vis in het water, die vergeten was dat het water bestond.

Job van mijn leven​

Zwaar was het, alleenstaand en werkloos zijn in Bolivia. Tot mijn ex in 2009 voor een job zorgde als Boliviaanse onderhandelaarster voor de VN-kaderconventie over klimaatverandering. Aanvankelijk vond ik het verschrikkelijk. Dat ik via politieke connecties die job verkreeg. Nog maar eens zou hij mijn leven bepalen. De boosheid duurde tot ik besefte dat dit de job van mijn leven was. Ik was er ook goed in want kende de hele klimaatproblematiek. Ik reisde heel veel, dus voelde me minder opgesloten in Bolivia. In die jaren stelde ik mij weinig vragen. Tot de regering beslissingen nam die flagrant indruisten tegen de milieubeweging. Het veroorzaakte een intern conflict. Ik kon niet langer uit naam van Bolivia onderhandelen voor de rechten van de Indianen en in functie van Moeder Aarde.”

“Ik nam dus ontslag, en was de job van mijn leven kwijt. En ik zat vast in Bolivia, zonder inkomsten of sociale zekerheid. De spaarcenten smolten weg. Met een sociaal isolement tot gevolg. De kinderen waren half om half bij mij en mijn ex. Zwaar was dat, omdat ik vrij depressief was en onze opvoedingsmanieren en visies zo verschillend waren. Kinderen worden heel erg verwend in de Boliviaanse samenleving. Pas als ze ouder worden, gaat de schroef erop. Vaak stond ik aan de grond genageld. Mijn enige bestaansreden in Bolivia was de opvoeding van de kinderen, maar zelfs dat werd mij niet toegestaan. Zo belden de kinderen bijvoorbeeld naar hun papa als ik hen strafte. Hij beloofde dan iets leuks te doen. Ik probeerde hen ook Nederlands bij te brengen, maar in een Spaanstalige omgeving was ook dat niet gemakkelijk. Ik bracht er zogezegd het hoofd van mijn kinderen mee op hol. “

Als een vis in het water​

“Eind 2013 werd mijn moeder 60 en was er een groot feest. Voor het eerst was ik voor drie weken terug in België. Toen begon het me echt te dagen dat ik niet meer in Bolivia wilde wonen. Ik moest uiteraard terug, wat mijn depressie slechts verergerde. Mijn broer bezocht me en stelde hij voor dat ik voor een periode bij hem kwam logeren, om uit te testen hoe ik me in België zou voelen. Zo gezegd, zo gedaan. Begin 2014 verbleef ik twee en een halve maand in België. Ik kwam er voor het eerst in contact met Friends of the Earth Europe, waar ik stage liep. Ik voelde me als een vis in het water, die vergeten was dat het water bestond. Eens terug in Bolivia, sloeg de depressie dubbel zo hard toe. Het was duidelijk dat ik niet in Bolivia kon blijven. Maar tegelijkertijd ook duidelijk dat de kinderen niet mee konden, mijn ex kon dat legaal blokkeren. Het dilemma was groot. Ik vond geen uitweg meer en geraakte in een negatieve spiraal van steeds diepere depressies.”

“Toen eind 2014 mijn vader op bezoek kwam, beslisten we na lange en moeilijke gesprekken dat ik zou terugkeren. De ochtend stond hij ziek op. Het leek erop dat hij een beroerte gekregen te hebben, later bleek het een hersentumor. Toen hij uiteindelijk gerepatrieerd werd, ging ik mee. Dat was logisch, zonder dat het vragen van vrienden en familie opriep. Ik wist dat ik aan het vertrekken was, niemand anders wist het. Het was duidelijk, ik was in België en ik bleef in België. Het verhaal van mijn vader kwam op de voorgrond, de constant draaiende molen stopte even. Mijn vader overleed, en na een maand rouwen, reisde ik naar Bolivia om mijn uiteindelijke terugkeer naar België te regelen. Ik maakte de kinderen duidelijk dat ik niet meer in Bolivia kon leven. Uiteindelijk zijn de kinderen gebleven. In de zomer komen ze voor drie weken naar België, ’s winters ga ik voor zes weken naar Bolivia. Intussen hebben we lange gesprekken via Skype. Ze leren een andere wereld kennen en voelen zich deels Belgisch. Ze kunnen bij mij hun verhaal kwijt op een manier die weinig tienerdochters kunnen. En ik zeur niet over niet gemaakt huiswerk. Ik reflecteer wel met hen over het leven. Het is een andere manier van moeder zijn. Het is een blijvend proces en zoeken naar een balans. Maar ik ben altijd creatief geweest in het maken van de brug naar de kinderen toe.”

Interculturaliteit kent grenzen

“Vandaag weten mijn kinderen dat er meerdere maatschappijbeelden zijn in de wereld, verschillende verwachtingspatronen naar vrouwen toe ook. Dat je niet per se lang haar moet hebben en onderdanig moet zijn. Ik heb intussen een relatie met een vrouw en de kinderen weten dat. Dit is in Bolivia nog steeds totaal ongehoord. Ook dat trekt wereld openen. Het toont hen dat ze kunnen zijn wie ze willen zijn en dat er alternatieven zijn voor het Boliviaanse vrouw- en mensbeeld. Mocht ik in Bolivia gebleven zijn en mij onderworpen hebben beeld van de ideale vrouw… dan had dat ook mijn impact gehad op de kinderen. Ik werk nu voltijds voor Friends of the Earth International. Ik blijf internationaal en rond milieu werken, wat me heel erg ligt. Mensen thematisch en cultureel bij elkaar brengen is mijn taak. Ik gooi mijn eigen interculturele bagage in de organisatie. Zelfs binnen onze structuur hebben spanningen vooral een intercultureel karakter. De meeste spanningen zijn er tussen Europeanen en Latijns-Amerikanen. En kijk, daar ken ik nu toevallig alles van. Dus nu voel ik opnieuw “ik heb de job van mijn leven””

“Interculturaliteit kent grenzen. Ik was 23 en werd gedreven door idealisme en liefde. Ik was er fier op dat ik mij kon aanpassen, flexibel kon zijn. Maar als je je helemaal aanpast, zeker in een land als Bolivia, zonder veel westerlingen, dan heb je het niet meer over diversiteit, dan maar is het assimilatie. Dat is een denkfout die ik maakte. De Boliviaanse identiteit is niet de mijne. Dat veroorzaakte een identiteitscrisis. Ook vandaag nog, als ik terug naar Bolivia ga, weet ik hoe ik mij als een perfecte Boliviaanse kan gedragen, maar ik wil het eigenlijk niet. Maar als ik het niet doe, ben ik plots weer de gringa in Bolivia. Het identiteitsgegeven binnen een binationale relatie wordt vaak onderschat. Je krijgt je roots niet uit je. Zeker als westerling in een niet-westerse omgeving, familie of gemeenschap. Op den duur begint dat te wringen en voel je je niet meer thuis in je eigen lichaam of geest. Er waren momenten dat ik mezelf helemaal kwijt was, dat alles op losse schroeven kwam te staan.”