Overslaan en naar de inhoud gaan
x
Tatjana Ceunen

Mijn wonderjaren

Tatjana Ceunen is geboren op 16 februari 1998 te Singapore.
Ze groeide op in Singapore en Shanghai tot ze 10 jaar werd.
Momenteel woont ze in Beringen, Limburg.

Indonesië, Thailand, Singapore, Vietnam dat waren de landen waarmee ik vertrouwd was in de lagere school. Doordat ik in Singapore geboren ben en tot mijn tiende opgroeide in Shanghai kende ik Azië redelijk goed. Vooral de drukke wereldstad Shanghai was voor mij bekend terrein omdat hier mijn gezellig huis was, mijn vrienden, mijn school. België was voor mij het land waar ik in de zomer zes heerlijke weken doorbracht en allerlei kennissen van mijn ouders en familieleden bezocht. Maar in mijn ogen was het nooit mijn 'thuis'. 

Dagelijks leven

​Shanghai was mijn thuis en vooral de Internationale school en het compound waar we woonden waren buiten mijn ouders en broer, het belangrijkste in mijn leven. Omdat mijn mama les gaf aan 5-6 jarigen op onze school begon onze schooldag al vroeg. Om 7u15 haalde onze lieve chauffeur Chen ons thuis op en enkele minuten later arriveerden we op school. Hier konden we nog even een gezellige tijd doorbrengen in mama haar klas en sommige collega’s helpen. Na school haalde de chauffeur mijn broer Michiel en mij op en bracht ons naar huis waar de ayi op ons lette tot mama van school kwam.


Na het huiswerk maken was het makkelijk om met verschillende vriendjes te spelen want op het compound woonden vele kinderen die naar onze school gingen. Maar ik had ook vrienden van andere scholen en van vele nationaliteiten. Het was er steeds gezellig en je voelde je er veilig. Het woord discriminatie of allochtoon kende we niet! Vaak nam ik een vriendje mee naar huis of ging ik spelen met iemand die in een ander compound woonde. Op school kon je ook een naschoolse activiteit kiezen zoals sport, knutselen, dans, … of je ging naar een activiteit die ze in een ander compound inrichtte zoals ballet, zwemles,… We waren altijd omringd door kinderen, het drukke stadsleven, vele feestjes en niet te vergeten het bruisende leven dat de  Chinezen met zich meebrachten. Op straat zag je altijd wel iets raars of geks of moois. Je verveelde je er nooit.

Scharniermoment

​Bijgevolg werd ik erg nerveus toen ik op tienjarige leeftijd te horen kreeg dat we terug naar België gingen verhuizen. Mijn mama stelde me gerust met verhalen over zwemlessen tijdens de schooluren, woensdagnamiddagen vrij, meer keuzes in het beoefenen van sporten,… En het belangrijkste was dat mijn broer en ik een hond zouden krijgen als we in België woonden. Dus de verhuis begon als snel op een heus avontuur te lijken! De rest van het schooljaar vertelde ik mijn vrienden op de internationale school over België: hoe mijn kamer er zou uit zien, over de hond, ons huis dat we zouden verbouwen, … Het dreigende afscheid nemen van mijn vertrouwde omgeving, school en vrienden verdrong ik steeds door me te focussen op de leuke dingen die ik zou in de plaats krijgen in België.

Ik mis Shanghai nog iedere dag en mijn grootste wens is om er in de nabije toekomst naartoe te gaan om een deel van mijn leven juist af te sluiten.


Toen we in juni 2008 op het vliegtuig stapten, drong het nog niet tot mij door dat ik mijn vrienden nooit meer terug zou zien. En dat ik wellicht de eerste jaren Shanghai niet meer zou zien. Gelukkig begreep ik toen niet dat ook Shanghai nooit meer hetzelfde zou zijn: alles zou veranderen: mijn vrienden en leerkrachten vertrokken wellicht ook en ons huis zou misschien verdwijnen. Want in Shanghai wordt veel afgebroken en vervangen door hoogbouw. Die eerste zomer leefden mijn broer en ik in een roes en toen we eind augustus schoolgerief kochten begon ik eindelijk te beseffen “that’s it, it’s over, this is my new world”. De open klasdag eind augustus vond ik niet leuk omdat alle kinderen elkaar enthousiast begroetten en over mij dachten: “wie is dat nieuw meisje? Van waar komt ze?” Ik was blij dat mijn mama veel leerkrachten kende in de school want zij gaf er eerder les.

Boeken als houvast

​Naarmate 1 september naderde, raakte ik enthousiast want de vakantie had lang genoeg geduurd. Helaas was mijn enthousiasme van korte duur want ik hoorde er niet bij. De eerste twee jaren op school (vijfde en zesde leerjaar) in België waren echt niet fijn voor me. Het was een grote aanpassing: de spelletjes op de speelplaats, de andere mentaliteit, het dialect dat ik niet verstond en dan schoonschrift dat ik niet goed kon schrijven en verplicht moest doen. Ik had geen idee wat Diddle was of flippo's en de andere kinderen hadden al snel door dat ik 'anders' was en jammer genoeg begonnen sommigen me hierom te pesten en noemden me “Chinees”. In het begin durfde ik er thuis niet over praten maar na een tijdje deed ik het toch en dat hielp me wat vooruit.


Daar zat ik dan dus: in mijn ogen, alleen, in een land dat ik nog altijd niet als een thuis zag, gepest en verdrietig. Ik stortte me op al mijn Engelstalige leesboeken en vond het zalig om mezelf te plaatsen in die andere werelden gevuld met slechte heksen, dappere ridders en beeldschone prinsessen. In de bibliotheek ontdekte ik de luisterboeken van Harry Potter en ik vond ze geweldig! Tijdens het luisteren vergat ik mijn heimwee naar Shanghai en de dingen en kinderen die hier op school zo anders waren. Nee, ik was samen met Harry in de geheime kamer, ik was mee aan het vechten tegen een draak en de wereld aan het beschermen tegen 'hij die niet genoemd zal worden'.

Een wereld in woorden

​Door deze verhalen kreeg ik de inspiratie en zin om zelf te schrijven en het werd een uitlaatklep. Ik kon een perfecte wereld voor mezelf creëren of juist nieuwe mensen verzinnen om mijn eigen problemen te vergeten. Het Nederlands beschouw ik niet als mijn moedertaal en daarom schrijf ik in het Engels. Dankzij het schrijven kon ik mijn gevoelens, die ik niet wilde vertellen aan mijn ouders of broer, kwijt en het is na 7 jaar nog steeds de beste manier voor mij om mijn gevoelens te uiten wanneer ik boos of verdrietig ben. Gelukkig kwam ik na de lagere school in een grotere middelbare school terecht en leerde ik veel nieuwe mensen kennen.  De meesten wisten niet dat ik jarenlang in het buitenland had gewoond en ondertussen had ik geleerd om me aan te passen aan de gewoonten van een Belgisch schoolmeisje. Het was op de middelbare school dat ik ook  Isabelle leerde kennen. We werden beste vriendinnen door onze gemeenschappelijke liefde voor het lezen en schrijven van boeken. Een paar jaar geleden viel het ons op dat er zo weinig fantasieboeken bestonden. Hieruit ontstond het idee om ons eigen boek te schrijven.

Nu, twee jaar later, is het boek eindelijk af. Het schrijven van het boek heeft lang geduurd en Isabelle en ik hebben ondertussen veel beleefd. Ik ben niet langer het verlegen meisje die haar echte persoonlijkheid verstopte om erbij te kunnen horen. Nee, door de liefde en acceptatie van mijn familie en veel goede vrienden ben ik zelfzeker geworden en durf ik me beter te uiten en te praten over de ervaringen die ik heb gehad in Shanghai. De wekelijkse Chinese les waar ik onderricht krijg in taal en cultuur deed me openbloeien. In het begin durfde ik dit niet op school te zeggen maar al mijn beste vrienden hebben me erin gesteund en nu zie ik het als een meerwaarde en ben ik er trots op. De evolutie en vooruitgang die mijn karakter heeft gemaakt, heeft ook de personages in het boek tijdens de twee jaar van het schrijven doen evolueren. En volgens mij heeft die evolutie het boek gemaakt tot wat het is en ik ben er trots op.

De roep van het buitenland

​Wat me sinds mijn terugkeer het meest stoorde, en nu nog stoort, is dat mensen uit de omgeving of familie niet veel vragen over Shanghai. Ze denken dat we “ons avontuur” zomaar direct achter ons kunnen laten en dat wij ons maar moeten aanpassen. En dat we na zeven jaar Shanghai niet meer missen. Wel niets is minder waar. Ik mis Shanghai nog iedere dag en mijn grootste wens is om er in de nabije toekomst naartoe te kunnen gaan. Net als mijn moeder heb ik het gevoel dat ik er terug naartoe moet om een deel van mijn leven juist te kunnen afsluiten.


Ondertussen heb ik een grote vriendenkring en ben ik tevreden met mijn leven hier. Maar ik mis de grote stad en zal België nooit als mijn geboorteland zien. Dat is voor mij Singapore. Volgend jaar hoop ik rechten te kunnen studeren in Leuven. Maar mijn grootste droom is om na twee jaar een beurs te krijgen om te studeren in Engeland, Ierland of Amerika. Ik wil terug deel uitmaken van een Engelstalige gemeenschap in een grote stad.