Overslaan en naar de inhoud gaan
x
view from the shard

Peter Sioen: Management Coach in de Londense City

Peter Sioen (44) is psycholoog en geboren in Gent, maar werkte lang in Brussel met kansarme straatjongeren. Nu coacht hij managers in de Londense City doorheen hun ambities naar nog indrukwekkender successen. Hij publiceert een boek, Superjij, waarin hij die ongewone weg verklaart, maar ook uitlegt hoe zijn aanpak van coaching werkt en hoe iedereen die op zichzelf kan toepassen. Hij voegt er zijn opinies over de huidige werkcultuur, de economie, de crisis en zijn concurrenten aan toe.

Van kansarme straathoeren en heroïnegebruikers in Brussel tot veelverdienende managers in The City in Londen: het is hele weg. Hoe is dat gekomen?

Ik heb inderdaad zo’n jaar of tien rond kansarmoede gewerkt. Niet alleen met straatjongeren. Ik ben in de sector doorgegroeid naar het Europese niveau. Ik heb daar enorm veel geleerd, over armoede maar ook over de economie zelf. Ik was waarschijnlijk toch een beetje uitgekeken op kansarmoedebestrijding omdat ik op zo’n hoog platform had gewerkt. Ik voelde dat ik over dat onderwerp nog weinig leerde. Ik had wel geleerd dat mensen die in armoede leven, ook deel uitmaken van onze economie en hoe ze rechtstreeks de gevolgen dragen van wisselingen in die economie. Ik vond dat ik hen ook kon helpen door mijn ervaring over te dragen naar de bedrijfswereld. Ook daar vallen veel mensen uit de boot, ze krijgen niet wat ze verdienen of ze moeten vechten tegen de stroom in. Ik heb toen een paar jaar een zogenaamde Employee Wellbeing structuur opgezet voor de NMBS en veel aan managementondersteuning gedaan. Want ik leerde snel dat veel, zo niet alles, wat fout loopt op de werkvloer, de verantwoordelijkheid is van het management.

Brachten die spoorwegen jou naar Londen?

(Lacht) In het begin wel, ja, letterlijk. Ik heb ontzettend vaak op de Eurostar gereisd, en doe dat nog steeds bijzonder graag. Tien jaar geleden ontmoette ik mijn partner die in Londen woont, en acht geleden ben ik dan verhuisd. Werk vinden in Londen bleek bijzonder moeilijk. Mijn CV was voor de Britten te ongewoon, te verwarrend ook. En Belgen liggen hier per definitie niet in de hoogste schuif. Dus heb ik maar mijn eigen dienst opgezet, met een zeer welwillende sponsor die me carte blanche gaf, maar toch ook heel veel bedrijfsadvies. Als psycholoog wist ik uiteraard niets van boekhouding en verkoop. Maar ik was ook tevreden met de mentoring die ik kreeg om de Britse professionele realiteit te leren begrijpen, en vooral die in The City dan.

Wat maakt jouw aanpak zo verschillend?

Mijn opleiding, maar toch vooral specifieke en ongewone ervaring. Het was een harde leerschool natuurlijk. Ik heb jaren straathoekwerk gedaan, ook ’s nachts, onder meer bij straatprostitué(e)s. Na vijf jaar universiteit kon dat wel tellen . Ik heb daar een aantal attitudes geleerd die ik nog steeds meedraag: mijn no-nonsense aanpak, het vermijden van jargon en van academische termen en pretentie, het aanpassen aan mijn cliënten. Ze zitten nog in mijn achterhoofd, die mensen in de rand, als ik met mijn cliënten van vandaag werk. Het geeft zin aan wat ik doe, het brengt sociale verantwoordelijkheid in de ervaring.

En is dat nodig?

Toch wel. Veel mensen die in The City werken zijn zo op hun harde, internationale werk gefocust, dat ze geïsoleerd raken van wat er gebeurt in de rest van Groot-Brittannië en de wereld. Ze hebben niet altijd voeling met de bredere context. Trouwens, toen ik aan dit werk begon, heb ik er duidelijk voor gekozen om het Vlaams aan te pakken.

Wat bedoel je daarmee?

Toen, in 2004, zat bijna de hele sector van coaching en zelfontwikkeling in de handen van een aantal hele grote bedrijven, stijl Ernst and Young en PWC. Hun programma’s waren zeer gestandaardiseerd. Die werden aan hele groepen tegelijkertijd geleverd. Ik hoorde daar veel kritiek op. Mensen vonden het te onpersoonlijk, het werd hen vaak opgedrongen. Via die programma’s worden mensen ook vaak opgelegd hoe ze hun werk moeten aanpakken, ook dat stuit op wrevel. Het bestaande aanbod voelde onecht, er was duidelijk iets anders nodig op de markt, iets op mensenmaat. En ik vond dat mijn Vlaamse boerenverstand misschien het verschil kon maken in Londen. En dat is waar gebleken. Mijn vertrekpunt is wat cliënten al verwezenlijkt hebben en hun eigen aanpak. Die maken we sterker. Ik pretendeer nooit een goeroe te zijn die het allemaal beter weet. Mijn cliënten zijn en de blijven de experts van hun eigen werk. Ze blijven ook verantwoordelijk voor hun eigen situatie en lot. Mijn Client Centred Coaching is een hele individuele aanpak.

Toch schrijf je een boek voor het grote publiek?

Klopt. Mijn cliënten komen meestal bij me omdat ze weten dat ze veel beter kunnen, omdat ze vast zitten, omdat collega’s die ze niet zo sterk vinden, toch promoties maken over hun hoofd heen. Ze beseffen dat ze meer verdienen dan wat ze krijgen. Dat is volgens mij een situatie die heel veel mensen voelen. Dat is niet exclusief voor die managers in de glazen hoogbouw van The City. En het leek me dat er iets te leren viel uit de ervaring van de mensen waarmee ik werk en die toch al heel wat bereikt hebben. Maar ik vind dat de lezers uit het boek ook kunnen leren hoe ze hun eigen weg kunnen gaan.

Dat is wel de kern van je aanpak, niet?

Absoluut. Veel van mijn cliënten zijn afgeleid geraakt omdat ze collega’s laten bepalen hoe de interne competitie op het werk verloopt. Ze verliezen hun eigenheid uit het oog, maar die is natuurlijk net hun grootste sterkte, hun geheime wapen bijna. Dat lijkt me een universeel inzicht. Aan de andere kant moeten we ons niet blind staren op wat in The City gebeurt. Ze zetten hier trends. Hoe ze de zaken aanpakken werkt binnen de context van The City. Ook hoe je daaruit kan leren zonder dat allemaal slaafs te volgen, lees je in mijn boek.

Vlaanderen is Londen niet. Is Vlaanderen beter?

Londen is een fantastische stad; het is heerlijk hier te wonen. Ik heb er altijd van gedroomd om in een grootstad te wonen. Maar zeker op het gebied van bijvoorbeeld bedrijfscultuur vind ik Vlaanderen een stuk gezonder, vooruitstrevender. Dat heeft te maken met de Vlaamse geest en traditie, maar ook met een gezonde invloed vanuit andere landen: niet alleen uit Groot-Brittannië maar ook uit Scandinavië; Frankrijk, en Nederland. Die invloeden dringen nog niet genoeg tot hier door en op het gebied van diversiteit en werknemerswelzijn bijvoorbeeld hebben ze hier nog heel wat te leren. Ook de arbeidswetgeving is een stuk onvriendelijker voor de werknemer, onder meer omdat het Verenigd Koninkrijk Europese wetgeving blijft weigeren.

Die diversiteit, daar kom je in je boek vaak op terug.

Natuurlijk, maar het woord zelf gebruik ik er nauwelijks. Ik praat over een aantal typische minderheidsgroepen en mijn ervaring met hen, maar probeer daar toch ook op een originele manier over na te denken. De discussie over het glazen plafond, bijvoorbeeld, is ondertussen een grijsgedraaide plaat. Er blijft een probleem rond het aantal vrouwen op de werkplaats en in leidende functies. Maar de cliché-discussie daarover begint oplossingen onderhand in de weg te zitten. Maar ik praat ook over andere typische elementen uit het professionele leven. Het modefenomeen van de psychopaat bijvoorbeeld. Ethiek is natuurlijk ook heel belangrijk, maar ik bekijk wat dat betekent voor ons allemaal en hoe we zelf allemaal beïnvloed worden. Ik vind dat een stuk interessanter dan het eeuwige vingerwijzen. Ik probeer ook dat vermoeiende gebruik van jargon te doorprikken.

Dat viel ons op, je gebruikt zelf wel heel weinig jargon in je boek. Het is in mensentaal geschreven.

Absoluut, en dat is niet zo gemakkelijk. Dat heb ik moeten leren bij de straatjongeren bij wie ik werkte, maar daar zie ik nog steeds het grote voordeel van in. Het jargon en de vervroren theorieën kunnen je in een keurslijf dwingen. Ik vermijd de grote woorden trouwens ook als ik het over de economie heb. In andere publicaties gaat het steeds over de grote stromingen en denkscholen. Bij mij geen “neo-liberalisme” in elke tweede zin, geen namedropping. Dat blijft te academisch. Mijn leefwereld is niet die van de discussieforums en universiteitsaula’s. Ik vertrek net vanuit een hele praktische achtergrond. Die is heel verscheiden. Ik krijg nu massaal de feedback dat reflectie op die manier zeer goed werkt. Mensen vinden het verfrissend.

Hoe heb je de huidige crisis ervaren?

Ik zit er natuurlijk met mijn neus bovenop. Ik heb de periode nog meegemaakt dat The City soms één feestplein leek voor hooggetalenteerde meisjes en jongens die er nog goed uitzagen ook. Dat is omgeslagen en veel van die mensen zijn ontslagen na jarenlang uitgebuit geweest te zijn. The City is een andere plek. Er wordt minder initiatief genomen en mensen hebben schrik om hun baan te verliezen. Daar hoefden ze vijf jaar geleden niet bij stil te staan. Wij hijgen hier natuurlijk ook nog allemaal na van een hele reeks bankenschandalen, die maar niet lijkt te stoppen. De crisis is in Groot-Brittannië trouwens nog een stuk harder voelbaar dan in België, onder meer door de harde bezuinigingsstrategie van de huidige coalitieregering.

Heb je het ook aan den lijve ondervonden?

Ik moet harder werken om aan cliënten te geraken. Ik doe dus meer promotie, onder meer via sociale media. Voor een psycholoog is dat verre van zelfsprekend. Ik zie ook een verandering in mijn cliënten. Ze lijken meer bedrukt. Ik heb nu ook een pak cliënten die toentertijd de gouden handdruk achterna zijn gelopen en in de val van het vroege pensioen zijn getrapt. Ze vervelen zich nu en voelen zich nutteloos. Maar terug werk vinden in The City is voor hen vandaag quasi onmogelijk, hoe slim of hoe goed ze ook mogen zijn.

Wat is de volgende stap voor jou?

Ik blijf zeker in The City en doe voort met mijn Client Centred Coaching, maar ik wil toch ook wel zien of ik er met dit boek een nieuwe dimensie aan kan geven. Misschien ga ik maar weer eens vaker die Eurostar op om ook in Vlaanderen wat met mijn Britse ervaring te doen.

Meer info:

www.mvantage.co.uk

www.petersioen.tumblr.com