Overslaan en naar de inhoud gaan
x
Rosine De Dijn

Rosine De Dijn: Geen taal zonder humus

Taal is zeker niet voor iedereen het brandpunt van zijn of haar identiteit, maar voor auteurs of schrijvende journalisten is het dat vaak wel. Rosine De Dijn weet waarover ze praat. Later dit jaar blaast ze 75 kaarsjes uit. 50 jaar woont ze in Duitsland. En net wanneer ik haar ontmoet, staan de verhuisdozen klaar in haar pied à terre te Antwerpen. Een week later zou ze afscheid nemen van de Koekenstad. Van een momentum gesproken. Een mooie gelegenheid om terug te blikken en door te dringen in haar taalwortels. Ook al zou ze willen, die kan ze nooit verbranden.

“Ik weet niet of ik echt ontworteld ben. Ik heb wel degelijk heimwee gekend, niet naar mijn ouderlijk huis, wel naar de geuren van de stad, de gemoedelijkheid en de humor – verbonden met de taal natuurlijk – en naar de taal zelf. Het menselijke, het tussen de regels lezen, heb ik lange tijd niet gekund in Duitsland. En wat is het leven meer, dan tussen de regels lezen? Taal is mijn instrument, dus veralgemenen wil ik niet, maar als je zoekt naar woorden in een vreemde taal, naar finesses die je niet vindt, dan voelt zelfs het simpelweg lezen in de eigen taal als thuiskomen. En dat is in mijn ogen het cruciale punt voor iedereen die uitwijkt. Vanaf het moment dat je volledig afstand doet van je moedertaal, ben je in de andere wereld aangekomen.”

Andere tijden

​Rosine is de liefde gevolgd, ook al zou die niet eeuwig blijven duren. Ze ontmoette haar eerste echtgenoot – zoals zovelen – tijdens wintersport. “Verwacht werd dat hij langs kwam bij mijn ouders, want mijn vader was van het principe ‘een goei koei koopt ge op stal’. Maar daar stopte het niet. Voor mijn moeder was haar huis geen duivenkot, dus moesten we snel trouwen. Zo gezegd, zo gedaan. We zijn vervolgens in de buurt van Saarbrücken gaan wonen. Bruggen met Antwerpen heb ik nooit verbrand. Er zijn wel periodes geweest dat ik weinig kwam, maar doorheen de jaren nam het opnieuw toe. Ook nu laat ik Vlaanderen en Antwerpen niet helemaal los. Duitsland blijft immers om de hoek liggen. Ik ben nooit naar China of de Verenigde Staten verhuisd. De verhuizing blijft behapbaar.”


“Ik heb veel zien veranderen. Men is er zich niet altijd van bewust hoe gelukkig wij moeten zijn met Europa, datzelfde Europa dat vandaag meer dan ooit onder druk staat. En dat allemaal op een halve eeuw tijd. Saarbrücken was in de jaren zestig en zeventig relatief ver. Jarenlang moest ik tol betalen op wat ik uit België Duitsland binnen bracht, een antiek kastje bijvoorbeeld dat ik op het dak van mijn kevertje vervoerde. Het verenigde Europa was toen nog een utopie.” Rosine liep een mooi levensparcours, ze beleefde mooie, maar kende ook moeilijke momenten, zowel professioneel als persoonlijk. Ten tijde van de scheiding, midden jaren ’70, vroeg ze zich af of ze niet zou terugkeren, maar de tijdsgeest hield haar tegen. “Ik ben zogenaamd ‘schuldig’ gescheiden. Ik nam het initiatief en had bijgevolg geen rechten. België was toen nog katholiek met een grote K. In Duitsland leefde dat minder en werd ik niet gestigmatiseerd. De gemakkelijkste weg was het echter niet.”

Belang van de taal

​Voor Rosine vormen taal en identiteit een innig huwelijk. Daarmee hebben we een karaktertrek gelijk en dat zou garant staan voor een mooie lange avond. Als auteur en journalist is haar taal haar werktuig, maar het gaat verder. “De Nederlandse taal was lang mijn instrumentarium om de wereld waar te nemen en te beoordelen. Via je taal laat je zien wie je bent, waar je vandaan komt en waar je voor staat. Met het verlies van de eigen taal gaat ook de oriëntatie vanuit die taal in de wereld deels verloren. Probeer maar eens in een taal die niet je moedertaal is uit te drukken wat je ten diepste voelt en ervaart. Dat geldt professioneel, maar zeker ook in het persoonlijke leven. Als in een binationale relatie één van twee partners consequent de moedertaal spreekt, kan dit een onevenwicht veroorzaken. Ik vond het jammer dat ik mij destijds niet met de nuances kon uitdrukken, die ik in het Nederlands wel heb. Je bent zoveel krachtiger in je moedertaal. De ene moet naar woorden zoeken, bij de andere komen die er wel juist uit. Het gaf fricties tijdens mijn eerste huwelijk. Ik heb veel dingen niet begrepen en heb mij ook niet begrepen gevoeld.”

“On est jamais parfaitement bilingue. Voor een taal is de humus belangrijk: je biotoop, de tram, de bakker, de beenhouwer, het café, je buren… het is allemaal taal. Als journalist is de taal je instrument, je viool. Als die niet gestemd wordt, dan speelt ze vals. Dan moet je al heel wat nieuwe begrippen kennen, hun gevoelswaarde en de context waarin ze worden toegepast. Dat is niet velen gegeven. Met het verlies van taal verlies je dus ook een stuk van jezelf. Als taal vormend is voor je identiteit, betekent dat ook dat taal je het houvast geeft in deze wereld, de bodem waarop je staat. Zeker in de journalistiek. Je moet al jaren Duits spreken, lezen en schrijven om in die taal op gelijke hoogte te communiceren als in je eigen taal, als dat hoegenaamd al lukt. Ik had het er moeilijk mee. Het bleek een langgerekt kantelmoment: zeker toen mijn Nederlands niet langer voldoende bleek om een goede Vlaamse journaliste te zijn en mijn Duits nog onvoldoende om het in het Duits waar te maken.”

Bejubelde boeken

​“Intussen denk ik in twee talen. Of ik de Knack lees of Der Spiegel, ik merk het zelfs niet eens meer. Ik ben blij met de kansen die ik kreeg, maar ik greep ze natuurlijk ook. A la longue ben ik door het leven verwend geweest. Duitsland is een groot land, de redacties hebben meer geld in vergelijking met Vlaanderen. Literatuur staat er op een hoog niveau. Professioneel is het veel aangenamer om in Duitsland te werken. Redacties hebben een lector en een corrector. Je hebt je thema wat je schrijft en je hebt begeleiding. Zo ben ik opnieuw begonnen, in het Duits dus, na de echtscheiding, met een autobiografisch boekje. Ik beleefde het verhaal ook in het Duits. De uitgever vond het boeiend, ook al stonden er veel fouten in. Maar het was een steun. Een mens heeft dat nodig, het gaf me zo’n goed gevoel. Zo ging de bal opnieuw aan het rollen. Ik herleefde.”

“Integratie gaat niet zomaar van vandaag op morgen. Velen worden onzichtbaar en verliezen zichzelf. Eerst ben je een exoot en spannend, maar dat duurt niet echt lang. Ik prijs me echter gelukkig: ik heb van twee taarten mogen proeven en mocht professioneel in een vreemd land mijn weg zoeken en een, in de loop der jaren, open bloeiend liberaal Duitsland ontdekken. “Van Rosine verschenen verschillende bejubelde boeken, zoals De vrouwen van de keizer, Liefde, leed en passie. De vrouwen van Rubens en Gasten van de Fuhrer. Ze is geen harde journaliste, wel een chroniqueur. Rosine weet altijd een boeiend perspectief te kiezen om bekende of minder bekende personen uit de geschiedenis te belichten. Zo vertelt ze in Einstein en Elisabeth met grote inleving over de ongewone vriendschap tussen ‘het gekke genie’ en ‘de rode koningin’. Haar boek verschijnt exact 100 jaar na de algemene relativiteitstheorie van Einstein en 50 jaar na het overlijden van koningin Elisabeth. “Momenteel bespeel ik ongetwijfeld het instrument ‘Duitse taal’ anders dan een Duitser. Maar ik ben nu heel dankbaar dat het me blijkbaar gelukt is… dat mijn boeken kunnen verschijnen in het Duits, dat ik in spreidstand sta tussen twee talen.”

Tekst: Koen Van der Schaeghe