Overslaan en naar de inhoud gaan
x
Tom en Emma

Tom en Emma met een BAEF-beurs in New York

Na zes maanden op Erasmus in Duitsland was Tom Sercu heel zeker: naar het buitenland vertrekken zonder zijn vriendin Emma, dat nooit meer. Maar hij had de buitenlandmicrobe stevig te pakken en al een week na zijn thuiskomst vroeg hij haar mee naar de VSA. “Ik stemde direct toe, maar dat jaar studeren bleek al snel twee jaar te worden”, vertelt Emma de Mûelenaere. Een beursaanvraag bij Belgian American Educational Foundation (BAEF), applicaties bij meerdere Amerikaanse universiteiten en een huwelijk later, zit dit koppel ‘thuis’ in New York, de stad die nooit slaapt.

In de ontvangstruimte van Belcham, de Belgisch-Amerikaanse Kamer van Koophandel, in hartje New York, ontmoet ik Emma de Mûelenaere. Aan de andere kant van de Altantische Oceaan, maar je snuift er zo de Belgische sfeer op. Een tapinstallatie van het Leuvense bier Stella staat in de uithoek,  in bureaus hangen Belgische vlaggen, handgeschreven berichten van vrienden en familie aan het thuisfront. “Ik volgde mijn man voor zijn studies naar Amerika”, start Emma haar verhaal. “Eerst wisten we niet eens in welke staat we terecht zouden komen; het werd New York. Het eerste jaar hier maakte ik mijn masteropleiding in culturele studies af, super dat de KU Leuven zich zo flexibel opstelde. Daarna ging ik op zoek naar een eerste werkervaring en werd stagiaire bij BelCham, een non-profitorganisatie die Belgische bedrijven helpt succesvol te zijn in de VS.” Haar verhaal intrigeert me, de vrolijkheid waarmee ze over haar ervaringen vertelt, is aanstekelijk. We besluiten af te spreken voor een zondagsbrunch in Brooklyn.

Elke plek in New York geeft je het gevoel dat je recht in een film gekatapulteerd wordt. Zo is het ook wanneer je Manhattan verlaat om aan de andere kant van het water het hippe Brooklyn te vinden.  Makkelijk om te wennen, toch?

Emma: “New York komt inderdaad gevoelsmatig heel bekend voor.”

Tom: “Vijftig procent van de Hollywoodfilms speelt zich dan ook af in New York.”

Emma: “In filmstudio’s in California bedoel je. (lacht) Maar toch, ik had niet verwacht dat we zo snel zouden aanpassen aan deze grootstad. Ik hou van mijn eigen comfortzone, daarom dacht ik dat New York intimiderend zou zijn. Ze zeggen dat New York je ofwel direct bevalt, of je went er nooit aan. Bij mij was dat eerste het geval, maar ik ken ook mensen die hier niet graag wonen. De grote internationale community zorgde ervoor dat Tom en ik ons heel makkelijk aanpasten.”

Tom: “Dat klopt. Via de New York University leerde ik veel Europese uitwisselingsstudenten kennen. Ook mensen met verschillende culturen en achtergronden, heel boeiend. Voor onze komst hadden we maandenlang geen idee in welk deel van de VSA we zouden terechtkomen. In februari twee jaar geleden kreeg ik bericht dat ik een BAEF-beurs kreeg, maar het was toen nog spannend afwachten welke universiteiten me zouden toelaten. Ik had bij topuniversiteiten als Stanford en Berkeley in Californië een toelatingsaanvraag ingediend. Je moet weten dat een applicatie zo’n honderd dollar kost per school, een hele investering dus. Eigenlijk moet je voor de zekerheid ook bij enkele zogenaamde ‘safe schools’, scholen waar je gemakkelijker toegelaten wordt, een aanvraag indienen. Dat had ik eerst niet gedaan en dat maakte het dubbel zo spannend. In april, toen iedereen al wist waar ze het volgende schooljaar zouden terechtkomen, kreeg ik eindelijk bericht dat ik toegelaten was.”

Emma: “Ik zat op dat moment met vrienden op café in Gent en kreeg telefoon van Tom: ‘Ik heb goed nieuws, ik kom naar je toe’.  Hij wilde me in de ogen kijken wanneer hij het me vertelde. Mijn eerste reactie: ‘Wauw, New York!’”

 

Je kan inderdaad slechter terechtkomen. Maar toch, op korte tijd moesten jullie heel wat formaliteiten geregeld krijgen.

Tom: “Klopt. Voor mij maakte de bestemming niet zo veel uit, aangezien ik toch met schoolwerk bezig zou zijn. Maar voor Emma heeft New York een enorme meerwaarde. Boston, Philadelphia of Pittsburgh behoorden aanvankelijk tot de mogelijkheden.”
Emma: “Pittsburgh zag ik niet echt zitten. Maar ik was al in, als het zo was geweest, was het zo. Ik behaalde nog snel mijn rijbewijs, voor het geval we ergens terechtkwamen waar verplaatsing met de auto noodzakelijk zou zijn. Ik probeerde zo veel mogelijk te sparen door als jobstudent te werken. En we moesten een trouwfeest organiseren, in vier maand tijd. Trouwen stond na zes jaar samenzijn sowieso op onze langetermijnplanning, maar we hebben de festiviteiten moeten vervroegen.”
Tom: “Mijn ouders hadden eerst niet door dat we moesten trouwen om als koppel naar Amerika te gaan. Daarom wachtten we met de aankondiging tot ik zeker was dat ik een beurs kreeg. Emma haar ouders hadden een klassieke receptie in gedachten, wij wilden gewoon iets gaan eten. Uiteindelijk werd het een gezellig tuinfeest. Een maand voor we naar de VS vertrokken, waren we getrouwd.”
Emma: “Al die voorbereidingen maakten er een intens jaar van. Daarom stelde ik het onderzoek voor mijn thesis uit om er tijdens ons eerste jaar in de VS aan te werken. Tom had er gelukkig aan gedacht om geen normaal studentenvisum, maar een J1-visum aan te vragen. Zo kon ik hem vergezellen met een J2-visum, waarmee ik mocht werken. Op zijn voorbereiding valt niets aan te merken. Op de ambassade waren ze zelfs onder de indruk hoe Tom alle documenten mooi in de juiste volgorde klaar had.”

Heel wat opportunisten vertrokken in de loop van de geschiedenis naar Amerika. Geloven jullie in de ‘American dream’?
Emma: “Ik ben daar heel cynisch over. Natuurlijk spreekt de gedachte erachter me aan, je wilt wel vooruit in je leven. Maar de idee dat Amerika ‘the land of promise’ is en dat wie het verdient het ook gaat halen, daar ben ik niet akkoord mee. Ik vind dat een enorme illusie, gecreëerd door rijken.”
T: “Ik geloof eigenlijk meer in de ‘Belgische droom’. Ook al is dat geen concept. Volgens de ‘American dream’ kan iedereen opklimmen en rijk en succesvol worden. Maar heel het systeem in de VS is erop gebouwd om je arm te houden. Denk bijvoorbeeld aan het bijhouden van een kredietgeschiedenis.  Je kan heel gemakkelijk veel geld uitgeven door kleine bedragen met je kredietkaart te lenen. Vanaf het moment dat je dit niet kan terugbetalen, is dat te zien in je ‘credit history’. Zo krijg je problemen om een lening aan te gaan voor een auto of een huis. Het kan zelfs zo ver gaan dat je geen bankrekening meer kan hebben. Als je geen ziekteverzekering hebt en een keer pech hebt, dan heb je eigenlijk geen kans meer.”
Emma: “Er heerst hier in New York wel een sterke werkmentaliteit. De verwachtingen liggen hoog, lijkt me. Om met een gezin in deze wereldstad te overleven, moet je echt knokken.”

Er zijn uiteraard pro’s en contra’s aan wonen in New York. Hoe kijken jullie tegen de toekomst aan?
Emma: “Ik denk dat we ooit naar Vlaanderen terugkeren, maar wanneer is de grote vraag. Momenteel werk ik bij BelCham en Tom start in juli bij IBM Watson. Je zit hier in New York ook in een sleur, lange dagen, koude winters. Maar als ik na een zware dag op weg naar huis het ‘Empire State Building’ zie staan, dat pept me toch op.”
Tom: “Wat we vooral missen, zijn familie en vrienden. Dingen veranderen aan het thuisfront terwijl wij weg zijn, daar valt niets aan te doen. Maar we hebben elkaar. Dit avontuur heeft ons veel dichter bij elkaar gebracht als koppel. Je moet hier samen sterk staan om uitdagingen te trotseren. Er valt geen tijd te verliezen aan gekibbel.”