Wat bij onvoorziene terugkeer?

Ik ben nu een tijdje in het buitenland samen met mijn gezin en wij beginnen ons goed te integreren in de lokale samenleving. 

Na ons vertrek uit België hebben we ons volledig uitgeschreven in België en zijn helemaal (fiscaal) niet-inwoner geworden van België. Zoals wettelijk voorgeschreven hebben we een bijzondere belastingaangifte gedaan binnen de voorgeschreven termijn van drie maanden na ons vertrek. Wij hebben geen verdere inkomsten van Belgische oorsprong en dienen vanaf dan geen Belgische belastingaangiftes meer in. 

Maar de wereld staat niet stil en onvoorziene omstandigheden verstoren onze plannen:

Na een aantal maanden blijkt dat ons gezin niet echt kan aarden in de nieuwe omgeving en wij besluiten daarom dat het beter is dat één van beide ouders samen met de kinderen terugkeert naar België.

Vanaf het ogenblik dat één van beide echtgenoten terug in België woont, spelen opnieuw de Belgische regels voor de bepaling van het fiscaal inwonerschap. Voor meer detail over deze regels verwijzen we naar de vorige aflevering van deze artikelenreeks. Alles wijst er evenwel op dat ik als gevolg van deze vervroegde terugkeer van mijn gezin terug fiscaal inwoner word van België.

Tegelijk blijven ook de regels inzake inwonerschap van het land waarnaar ik geëmigreerd ben, gelden. Deze regels zijn niet noodzakelijk dezelfde en het is mogelijk dat ik nu gezien word als fiscaal inwoner in beide landen. Hierdoor ontstaat een risico van dubbele belasting. 

Om dit risico in te dijken heeft België met vele landen een bilaterale (tussen twee landen) overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting afgesloten. Hierin worden onder andere een aantal regels opgenomen om te bepalen welk land iemand als inwoner mag belasten wanneer de persoon volgens de eigen regels van de betrokken landen in elk van beide landen fiscaal inwoner is (de zogenaamde “tie breaker rule”).

Hoewel de bewoordingen van deze verdragen niet altijd exact dezelfde zijn, moeten we ons, om te bepalen welk land iemand als fiscaal inwoner mag belasten, meestal achtereenvolgend volgende vragen stellen:
-    In welk land heb ik een duurzaam tehuis tot mijn beschikking?
-    Indien ik dit in beide landen heb, met welk land zijn mijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst?
-    Indien de vorige vraag ook geen eenduidig antwoord geeft, moet ik gaan kijken in welk land ik gewoonlijk verblijf;
-    Indien dit ook geen duidelijk antwoord geeft, kan het land waarvan ik de nationaliteit bezit mij als fiscaal inwoner belasten;
-    Indien ik ofwel niet de nationaliteit heb van één van beide landen ofwel de nationaliteit heb van beide landen, zullen de twee landen in onderling overleg moeten bepalen welk land mij als fiscaal inwoner mag belasten. 

Uiteindelijk blijkt het project waarvoor ik door mijn werkgever naar het buitenland gezonden ben toch niet het succes te zijn dat mijn werkgever ervan verwachtte en beslist mijn werkgever mij terug te roepen naar België.  

Vermits ik maar korte tijd in het buitenland verbleven heb, rijst nu de vraag of ik wel degelijk het centrum van mijn vitale en affectieve belangen (“woonplaats”) en het centrum van mijn zakelijke en patrimoniale belangen (“zetel van fortuin”) met een zekere bestendigheid vanuit België naar het buitenland verplaatst heb. 

Om dit de bepalen hanteert de Belgische fiscus een richtlijn van 24 maanden. Wanneer iemand binnen de 24 maanden na haar of zijn vertrek naar België terugkeert, om welke reden dan ook, gaat de Belgische fiscus ervan uitgaan dat de persoon nooit de bedoeling gehad heeft om haar of zijn woonplaats naar het buitenland over te brengen en dat de persoon gedurende de hele periode fiscaal inwoner van België gebleven is. 

Als gevolg van mijn voortijdige terugkeer, gaat de Belgische fiscus er dus vanuit dat ik nooit de bedoeling gehad heb om echt naar het buitenland te verhuizen maar dat ik gedurende deze hele periode fiscaal inwoner van België gebleven ben. Dit betekent dan ook dat alle fiscale aangiftes die ik in België gedaan heb in de periode van mijn afwezigheid terug aangepast moeten worden en dat ik voor deze periode in België belastbaar blijf op mijn wereldwijd inkomen. 

Hierdoor ontstaat terug een risico van dubbele belasting. Indien het land waarin ik in deze periode gewoond heb, mij ook als fiscaal inwoner beschouwt voor deze periode, zal ik beroep moeten doen op de overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting met België (indien er een dergelijke overeenkomst is) om deze dubbele belasting te vermijden. Ten eerste kan ik mij beroepen op de ‘tie breaker clause’ om te bepalen welk land mij als fiscaal inwoner kan belasten. Ten tweede kan ik mij beroepen op de andere artikelen van dit verdrag om te bepalen welk land mijn inkomsten mag belasten en hoe het andere land hiervoor vrijstelling zal geven. We komen hierop terug in latere artikelen in deze reeks. 

Meer informatie via: www.ey.com

                      Steven Van Laer, EY Partner People Advisory Services – Global Mobility